Ik geef training in frontend tools en stacks als HTML, JavaScript, TypeScript, React, Angular en Vue. Ik schrijf boeken en artikelen over tal van (ICT-) onderwerpen. Ik was lead developer en directeur bij Yindo - Jouw digitale bibliotheek. Je kunt mij volgen op Twitter(@PeterKassenaar).

In dit blog vind je persoonlijke artikelen, die niet noodzakelijk tech-gerelateerd zijn.

Views and expressions are my own.

Terug naar de algemene site.

07februari

Gokken op Facebook?

Ik ben een trouw lezer van de columns van Arjan Dasselaar op nu.nl. In de meeste gevallen snijden zijn columns hout, en vaak ben ik het eens met de inhoud. In zijn bijdrage van 4 februari 2012 met de titel Gokken op Facebook slaat Dasselaar echter de plank mis wat mij betreft. Dit blogartikel is een reactie op deze column.

facebook_01

Facebook

Tenzij je de afgelopen jaren onder een rots hebt gewoond, ken je Facebook. De kans dat je er zelf actief op bent, is groot. Wereldwijd zijn er inmiddels meer dan 800 miljoen gebruikers, waarvan 5,6 miljoen in Nederland. De – langverwachte – beursgang van Facebook maakt de aandelen van het Californische social mediabedrijf voor het eerst openbaar verhandelbaar.

Als Dasselaar in zijn column stelt dat de gekte rond die beursgang groteske vormen aanneemt, ben ik het helemaal met hem eens. En inderdaad, net als bij de beursgang van Google zijn er ook direct weer professionele azijnzeikers die – nog zonder dat er een datum of zelfs maar introductieprijs van het aandeel Facebook is genoemd – menen te weten dat de vraagprijs way overvalued is.

Zakendoen

Maar – zoals Dasselaar - stellen dat ze bij Facebook ‘meer verstand hebben van techniek dan van zakendoen’, lijkt mij op zijn minst een gewaagde uitspraak.

Als je je achtereenvolgens de Washington Post, Yahoo, Google en Microsoft van het lijf weet te houden in overnamegesprekken, dan ben je bepaald geen zakenwatje. En als je vervolgens ook nog eens Google en Microsoft zodanig tegen elkaar weet uit te spelen in een zoekopdrachtendeal dat je Microsoft al in 2007 zo gek weet te krijgen dat ze ruim $250 miljoen dollar betalen voor een belang van 1,6% (!) in Facebook, ook dan doe je denk ik wel iets goed.

[terzijde: de Microsoft-investering werd destijds met ongeloof en hoongelach ontvangen. Het stelde de waarde van het toen nog maar 2,5 jaar oude Facebook met een 23-jarige Mark Zuckerberg als CEO op een algemeen als bespottelijk veronderstelde waarde van 15 miljard. Maar als Facebook straks inderdaad 75 miljard waard blijkt, dan heeft ook Microsoft deze investering zien vervijfvoudigen in een paar jaar tijd. Reden waarom diverse media zich nu haasten deze zet met terugwerkende kracht als briljant te verklaren).

facebook-logo

Sentiment

Verder stelt Dasselaar dat je met een aandeel Facebook vooral ‘menselijk sentiment koopt’ en daarmee investeert in een zandkasteel. Als voorbeelden haalt hij daarvoor de inmiddels bijna vergeten sociale netwerken Myspace, Friendster en het Nederlandse Hyves aan. Het klopt dat die netwerken inderdaad met toenemende snelheid irrelevant zijn geworden. Maar waar zijn alle tientallen miljoenen gebruikers dan gebleven? Op Facebook!

En ja, uiteraard zullen er in de toekomst andere sites aan de stoelpoten van Facebook gaan zagen. Maar om te illustreren dat dit nog niet zo eenvoudig is, heb ik maar één woord nodig: Google+ (of is dat twee woorden?). Heeft deze als Facebook-killer in de markt gezette social mediavariant van Google het internet op zijn grondvesten doen schudden? Dat dacht ik toch niet. Ondanks 1 miljoen gebruikers (waarvan  het overgrote deel waarschijnlijk alleen maar een keer heeft rondgekeken) lijkt het er vooralsnog niet op dat Google hiermee goud in handen heeft. Dus als zelfs een internetgigant als Google het al moeilijk heeft een aannemelijke Facebook-concurrent in de markt te zetten, hoe zouden andere bedrijven dit dan gaan doen?

Facebook als platform

Maar het belangrijkste punt waarom volgens mij de beursgang van Facebook wél eens een groot succes zou kunnen worden, ligt in het toepassingsbereik van Facebook. Velen kennen en zien Facebook alleen als ‘site’ (en wellicht ook nog als app op hun mobieltje), terwijl ik een uiterst breed platform van technologieën zie met gevarieerde en zeer slim gekozen toepassingen.

  • Zo beheert Facebook bijvoorbeeld de grootste fotobibliotheek ter wereld, met inmiddels meer dan 50 miljard geuploade foto’s van gebruikers.
  • Al in 2006 stelde Facebook een eerste versie van de Facebook API open, waarmee andere bezoekers kunnen aageven dat ze hun profiel- en andere gegevens willen delen via anders sites. Deze is in de loop der jaren sterk uitgebreid en verfijnd.
  • Er is een aparte Marketing API waarmee miljoenen bedrijven hun klanten beter leren kennen en gerichte campagnes kunnen voeren. (Advertenties op websites zijn nooit leuk, maar als je dan toch ad’s moet bekijken, dan liefst zo specifiek mogelijk).
  • Via Facebook Connect kunnen internetters zich met hun Facebook-inloggegevens aanmelden bij miljoenen andere sites.
  • Met Facebook Credits kun je (virtuele en echte) cadeautjes kopen voor vrienden en extra mogelijkheden binnen games aanschaffen.
  • Facebook biedt het grootste social games platform ter wereld.
  • Programmeurs kunnen via de Facebook Social Graph API eigen sociale applicaties maken die naar keuze binnen de Facebook-site of op een eigen locatie gedraaid worden. Duizenden programmeurs over de hele wereld doen dit al.
  • En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Daarom denk ik dat je bij het aanschaffen van een toekomstig aandeeltje Facebook niet alleen ‘investeert in menselijk sentiment’, zoals Dasselaar in zijn column stelt, maar in een breed gedragen technologisch platform dat nu al aanwezig is tot in de haarvaten van het internet en in de Real Life maatschappij. Facebook is nooit uitgeweest op het snelle geld. Dat zal zich mijns inziens in de komende jaren uitbetalen. Ik verwacht dat Facebook zijn invloed en belang alleen nog maar zal uitbreiden. Misschien (nee, waarschijnlijk) niet alleen als site, maar wel als platform en als toeleverancier van sociale technieken en –data.

‘maar jij hield toch niet van Facebook?’

Nee, ik ben zelf geen Facebook-fan en loop er regelmatig tegen te fulmineren.

Dat neemt niet weg dat ik het grootste respect heb voor de manier waarop Mark Zuckerberg zijn vinding heeft ontwikkeld en de visie die hij daarbij heeft tentoongespreid en nog steeds uitdraagt. Als mijn spaarvarken het te zijner tijd toelaat zal het aandeel Facebook zich zeker in mijn belangstelling mogen verheugen. Het short gaan laat ik in dat geval graag aan Arjan Dasselaar over. ;-)

 

Peter Kassenaar
-- 7 februari 2012

24april

iWoz– de autobiografie van Steve Wozniak

Ik ben bezig met een serie boekbesprekingen van (auto)biografieën van personen die belangrijk zijn geweest in de computergeschiedenis. Eerder schreef ik een artikel over iCon, een biografie van Steve Jobs. Vandaag is iWoz, de autobiografie van de andere Apple-oprichter, Steve Wozniak, aan de beurt.

 

iWoz“Waarom nu? Wel, op dit punt in mijn leven – op het moment van schrijven ben ik vijfenvijftig – is de tijd aangebroken om een aantal punten recht te zetten. Zoveel informatie over mij is foutief. Er zijn bijvoorbeeld verhalen dat ik mijn middelbare school niet zou hebben afgemaakt (dat heb ik wel), dat ik van de universiteit zou zijn gegooid (niet waar), dat Steve Jobs en ik klasgenoten zouden zijn (ik ben vijf jaar ouder) en dat Steve en ik de eerste computers samen hebben ontworpen en gemaakt (ik deed dat in mijn eentje).”

Aan het woord is Steve Wozniak (‘Woz’ ). Samen met Steve Jobs de oprichter van Apple en – naar in deze autobiografie blijkt – het technisch brein achter de eerste Apple computers, de Apple I en Apple II. De volledige titel van het boek is “iWoz, Computer Geek to Cult Icon: How I Invented the Personal Computer, Co-Founded Apple, and Had Fun Doing It”. Nu zijn de Amerikanen nooit te bescheiden om flink uit te pakken met ondertitels, maar is het niet een beetje te veel eer om Wozniak aan te wijzen als de man die hoogstpersoonlijk de personal computer revolutie heeft gestart? Na het lezen van het boek ben je geneigd om – in elk geval vanuit technisch oogpunt - dit als correct te beschouwen.

“All my life, I just wanted to be an engineer”

Vanaf hoofdstuk 1 vertelt Woz hoe zijn hele leven in het teken heeft gestaan om engineer te worden. Zijn vader was engineer bij Lockheed en werkte aan geheime projecten. Op school was hij vooral geïnteresseerd in lessen als natuurkunde, wiskunde en logica. Het zou Woz te kort doen om het Amerikaanse begrip engineer eenvoudigweg te vertalen met de Nederlandse titel ingenieur. Het begrip is veel breder bedoeld. Wozniak is vooral ook ontwerper, uitvinder (hij heeft vele patenten op zijn naam staan) en bouwer.

Zijn vroege interesses blijkt vooral te liggen in de wijze waarop elektronen door componenten stromen en hoe met basiscomponenten als weerstanden, diodes en condensators nieuwe onderdelen als transistors en logische schakelingen gebouwd kunnen worden. En omdat de fysieke componenten vaak niet voorhanden, of erg duur zijn, ontwerp Woz zijn ‘computers’ op papier. Hij tekent letterlijk de benodigde schakelingen en verbindingen op papier en maakt op die wijze verschillende vroege prototypes allerlei elektronische apparaten. Pas later kan hij ze echt realiseren. Zijn grootste uitdaging is om het aantal benodigde componenten zo laag (en daarmee goedkoop) mogelijk te houden. Hierin is hij de allerbeste.

En omdat Woz ook wel van een geintje houdt (hij is een erkend prankster op school), resulteert dit in apparaten waarmee hij op afstand het tv-signaal kan vervormen en verstoren. Pas als iemand in de kamer zich in de meest lastige positie heeft gemanoeuvreerd om de tv-antenne te richten, draait Woz –ongezien uiteraard- aan een knop, waardoor het beeld weer helder wordt en het slachtoffer de hele uitzending zijn ongemakkelijke pose moet aanhouden - denkend dat dit de enige positie is waarop de tv een goed signaal ontvangt.

Ook ontwerpt hij de blue box, een apparaat waarmee zwakke plekken in het telefoonnetwerk gebruikt worden om gratis over de hele wereld te bellen. Hiermee verdienen hij en Steve Jobs samen hun eerste geld. Maar nadat ze slachtoffer zijn geworden van een beroving en staande zijn gehouden door de politie (het gebruik van blue boxes is uiteraard illegaal) geven ze hun blue box-zaakje op en verliezen Woz en Jobs elkaar enige tijd uit het oog.

Woz vind ondertussen werk bij Hewlett Packard (HP), en werkt aan de eerste elektronische calculators. “HP is het meest fantastische bedrijf ter wereld. Ik bedoel: de meeste bedrijven worden gerund door managers. Engineers mogen de producten ontwikkelen en bouwen, en de managers verkloten het vervolgens. Bij HP niet. Dit bedrijf wordt ook gerund door engineers. Ik dacht dat ik een baan voor het leven had gevonden.”

Maar het liep anders. Woz is lid van de Homebrew Computer Club en ziet net als vele anderen in januari 1976 het magazine Popular Electronics, met de Altair 8800 op de cover, de eerste personal computer die voor hobbyisten (enigszins) betaalbaar was.

Woz ziet het systeem en denkt ‘dat kan ik ook’. In feite heeft hij enkele jaren eerder al een vergelijkbaar product bedacht, getekend en uitgevoerd (in eigen woorden, de ‘ Cream Soda Computer’), alleen zijn nu de beschikbare processors en onderdelen veel goedkoper.

Ontwerper als hij is, tekent hij de benodigde schema’s en schakelingen en komt als eerste op het idee om een een regulier toetsenbord als invoermedium en een televisie als uitvoermedium te gebruiken. Dit is waarschijnlijk het ware genie van Woz, dat hij buiten de gebaande paden treed en nieuwe toepassingen ziet voor componenten die op zich al bestaan. In het midden van de jaren ’70 van de vorige eeuw waren chips en componenten langzamerhand voorhanden, maar was nog niemand op het idee gekomen een televisie open te schroeven en hierop een computersignaal te laten zien. Computers waren beschikbaar als mainframes die op afstand bediend werden en hun invoer en uitvoer met ponskaarten en papier verwerkten. ‘Personal’ computers, waren destijds vierkante dozen met een frontpaneel met lampjes en schakelaars.

Om een goed beeld op een televisie te krijgen, moest Woz letterlijk een tv openschroeven en het binnenste met een oscilloscoop te lijf gaan om te zien waar hij de draden uit zijn computer aan moest solderen en vervolgens meten hoeveel milliseconden en welke frequentie elk signaal moest zijn om een pixel op het scherm te laten oplichten en weer uitdoven in de signaallijn die het televisiescherm vult. Zijn ontwerp moest hij hierop aanpassen en zelf in elkaar solderen. Dit zou uiteindelijk uitmonden in de computer Apple I, die hij samen met Steve Jobs verkocht.

Want Woz mag dan het technische brein achter Apple zijn,in zijn autobiografie geeft hij ruiterlijk toe dat het bedrijf zonder Jobs nooit van de grond zou zijn gekomen. Er was geen geld om componenten te kopen of te testen (en dus om te controleren of de tekeningen en berekeningen van Wozniak überhaupt correct waren). Maar daar was Steve Jobs die brutaalweg de telefoon pakte, met Intel belde en vroeg of ze niet wat testexemplaren konden sturen. De volgende dag stonden ze op de stoep. Ook de contacten met andere leveranciers, de eerste afnemers en exposities komt op het conto van Jobs.

“Our very own company!”

Als het aan Woz had gelegen, was het hele computercircus een leuke hobby voor in de avonduren, naast zijn werk bij HP. Maar Jobs haalt hem over er een echt bedrijf van te maken. “Well, even if we lose our money, we’ll have a company. For once in our lives, we’ll have our very own company!”. Vooruit dan maar, dacht Woz, bij het vooruitzicht aan zijn kleinkinderen te kunnen vertellen dat hij ooit een eigen bedrijfje had gehad. Woz verkoopt zijn HP calculator voor $500,-, Jobs verkoopt zijn VW-busje en zo schrapen ze $1300,- bij elkaar op Apple Computer Inc. op te richten. De rest is geschiedenis.

Apple II

De Apple II (ook een ontwerp dat Woz in zijn eentje heeft gemaakt) is de eerste computer die een kleurenbeeldscherm kan aansturen. Ook was het voor het eerst mogelijk er een diskettestation aan koppelen. In het boek beschrijft Woz kleurrijk hoe hij letterlijk alle enen en nullen heeft moeten schrijven om de koppen van de diskdrive naar de juiste positie te sturen, en hoe er vervolgens een bit gelezen of juist geschreven moest worden. Stuurprogramma’s bestonden immers nog niet. Programmeertalen bestonden zelfs nog niet. Daarom schreef Woz ook een BASIC-variant voor de Apple II, een trucje dat hij had afgekeken van de jonge Bill Gates. De Apple II betekende de absolute doorbraak van Apple en was jarenlang het paradepaardje van het bedrijf.

De tweede helft van het boek gaat over de ontwikkelingen bij Apple na de Apple II, en de onvrede van Woz dat het bedrijf langzamerhand wordt overgenomen door managers, in plaats van dat engineers aan het roer staan. Het beeld dat Woz van Apple schetst is dat van een bedrijf met groeistuipen, waarbij de verschillende CEO’s (Mike Scott en daarna Mike Markkula) tegen de problemen aanlopen die elke CEO voor zijn kiezen krijgt. Apple volgens Woz is zeker niet de Steve Jobs one-man-show waarvoor het bedrijf vaak wordt aangezien.

Na een vliegtuigongeluk in 1981 en tijdelijk geheugenverlies bouwt Woz zijn activiteiten af, haalt een universitaire graad, organiseert een aantal muziekfestivals (US Festival in 1982 en 1983) en begint een bedrijfje in de eerste programmeerbare afstandsbedieningen (CL 9). Ook is hij enige tijd fulltime vader, terwijl zijn vrouw (Wozniak is vier maal getrouwd) werkt.

Op de achtergrond blijft hij ingeschreven als Apple-werknemer, maar hij is niet meer betrokken bij nieuwe producten of technieken. Daarna is een van de oprichters van Apple, een van de meest invloedrijke technologiebedrijven in de historie, meer dan tien jaar lang basisschoolleraar in de fifth grade (vergelijkbaar met groep 6-7 in Nederland, als scholieren 10-11 jaar oud zijn). Hij geniet van de leergierigheid van kinderen en de manier waarop ze opgroeien en met (nieuwe) technologie leren omgaan.

Conclusie

iWoz is een vlot geschreven boek, waarin de 20 hoofdstukken zijn verdeeld in korte, makkelijk te lezen paragrafen die vaak maar enkele alinea’s lang zijn. Co-auteur Gina Smith heeft uitstekend werk verricht. Soms is het vermoeiend om te lezen dat Woz alweer de eerste was met een nieuwe grap, de eerste die een computer met kleurenmonitor in elkaar sleutelde, de eerste mens op aarde die een teken op een computerscherm zag verschijnen dat hij zelf op een toetsenbord had ingetypt, de eerste met een infrafrode, programmeerbare afstandbediening, en zo verder. Aan zelfingenomenheid geen gebrek.

Aan de andere kant: het is allemaal waar. En dan mag het gezegd worden. Zo zijn Amerikanen. Zelfs de Poolse Amerikaan die een dial-a-joke telefoonlijn heeft bedacht met uitsluitend Polack-grappen (wat we in Nederland Belgenmoppen zouden noemen) die hij zelf inspreekt. “Allo. Tenk you fur dialing dial-a-joke. Today’s joke ees: Ven did a Polack die of drinking milk? Ven the cow sat down. Ah, ah. Tenk you fur calling dial-a-joke!”

iWoz is een fascinerend boek. Verplichte kost voor iedereen die meer wil weten van de achtergronden en het tijdsbeeld waartegen het bedrijf Apple tot stand is gekomen, de relatie tussen de twee oprichters Steve Jobs en Steve Wozniak en de geschiedenis van de personal computer in het algemeen. Steve Wozniak is een beeldbepalende figuur in de computergeschiedenis. iWoz laat op een geweldige manier zien waarom dat zo is.

Mijn waardering: 4/5 sterren
4stars_thumb 

Bestellen

iWoz – Computer Geek to Cult Icon: How I invented the personal computer, co-founded Apple, and had fun doing it.
Auteur: Steve Wozniak & Gina Smith
Engels – Paperback
313 pagina's | WW Norton & Co | New title | oktober 2007
EUR 14,99 (paperback)

Peter Kassenaar
-- 20-24 april 2011

20april

Mijn Windows 8 verlanglijstje

windows8Windows 7 stamt uit 2009 en is ondertussen al weer anderhalf jaar oud. En Microsoft zit nooit stil. Direct na de lancering van Windows wordt het vizier al weer op een volgende versie gericht.

Zelf ben ik erg tevreden over Windows 7. Het was een goede opvolger van Windows Vista, dat de hooggespannen verwachtingen bij lange na niet waar heeft gemaakt. Toch is Windows 7 niet het eindstation. Dat kan ook niet.

De wereld draait door

De wereld waarin een besturingssysteem zijn werk moet doen, verandert immers doorlopend. Niet alleen komt nieuwe hardware op de markt (andere processors, snellere videokaarten, nieuwe randapparatuur), maar ook de manier waarop (en waar) computers en software gebruikt worden is continu aan verandering onderhevig.

De laatste trend is dat applicaties steeds vaker op webapplicaties gebaseerd zijn en dat meer gegevens centraal ‘in de cloud’ worden opgeslagen. Denk aan Google Apps, het onlangs aangekondigde Microsoft Office 365 en natuurlijk mijn eigen project Yindo – jouw digitale bibliotheek (boeken lezen in de cloud). Een volgende versie van Windows zal daar aan tegemoet moeten komen.

Natuurlijk zijn er doorlopend veel geruchten over nieuwe versies van Windows en met enige regelmaat lekken screenshots uit van functies die wel eens in een nieuwe Windows aanwezig zouden kunnen zijn.

In het werken met Windows 7 loop ik langzamerhand tegen een aantal aspecten aan die ik graag aangepakt zou willen zien in een volgende versie van Windows. En of dit dan Windows 8 heet of een andere naam krijgt, maakt me niet uit. Als de volgende functies (in willekeurige volgorde) er maar in zitten:

1. Rechtstreekse opslag in de cloud

Microsoft biedt al een aantal cloud-gebaseerde opslagdiensten, waaronder Windows Live Mesh, Windows Live Skydrive en applicatie-hosting via Windows Azure. Ook zijn er uiteraard producten van derden, waaronder het bekende Dropbox en SugarSync. Allen bieden ze opslag van documenten, foto’s, video’s, favorieten en soms ook agenda’s en meer zakelijke toepassingen.

Het handige hiervan is dat je al je gegevens kunt plaatsen op een centrale locatie (‘in de cloud’) en er vervolgens vanaf elk apparaat met een internetverbinding gebruik van kunt maken. Je hoeft geen USB-sticks of verwisselbare vaste schijven meer mee te sjouwen. Je kunt altijd bij de laatste versie van je documenten komen.

DropBox

Dropbox is een populaire opslag- en synchronisatiemethode. Windows 8 moet dit rechtstreeks aanbieden, vind ik.

Kenmerk is echter dat alle toepassingen dit op hun eigen manier doen. Op elk apparaat moet je eerst een client-toepassing (of app) installeren om bij je documenten te kunnen komen. Deze toepassing staat op zichzelf. Hij is niet verweven met het bestandssysteem, noch met de applicaties.

In Windows 8 moet dit worden aangepakt. Je moet vanuit applicaties of vanuit Windows Verkenner rechtstreeks je cloud-opslag kunnen bereiken. Het liefst via een station of schijfletter, of onderdeel van een ‘bibliotheek’ in Windows Verkenner.

2. Betere verkenner

Windows Verkenner is bij elke versie van Windows wel (een beetje) aangepakt, maar langzamerhand is het verreweg het zwakste beheeronderdeel van Windows geworden.

explorer

Links Windows Verkenner uit Windows 98 (!), rechts Windows 7. Geen noemenswaardige verschillen, helaas.

Waar blijven in Windows Verkenner de twee panelen met schijfstations naast- of onder elkaar om makkelijk te kunnen kopiëren/slepen/verplaatsen? Al bijna vijfentwintig jaar geleden kon dit met Norton Commander voor MS-DOS en tegenwoordig zijn er toepassingen als WinNc5 en Total Commander.

Kunnen we in Windows 8 eindelijk taken uitvoeren als het eenvoudig hernoemen van meerdere bestanden tegelijk, het synchroniseren van mappen en schijfstations (ook weer in de cloud), het vergelijken van bestanden in een map en vergelijken van verschillende versies van een bestand, enzovoort, enzovoort? Alsjeblieft?

TotalCommander05

Een kleine moeite, maar o zo handig: meerdere schijstations in verschillende panelen voor makkelijk vergelijken, kopiëren en verplaatsen.

3. Touch interface

De wereld is ondertussen gek op tablets. Op de Consumer Electronics Show in januari van dit jaar in Las Vegas, werden maar liefst meer dan 100 verschillende tabletcomputers getoond. De verwachting is dat de verkoop van tablets de verkoop van Netbooks en notebooks gaat overtreffen.

Windows 7 is geschikt voor touch, maar niet geoptimaliseerd voor touch. Dat moet een stuk beter. Van tablet-aankondigingen die op Windows 7 draaien en waarvan de batterij het 4 tot 6 uur uithoudt springen de tranen je in de ogen. De aankondiging dat Windows ( ook?) op ARM-processors draait en niet alleen meer op Intel-processors is in dat licht bezien een hoopgevend teken. De ARM-architectuur is bekend van de iPad en Android-tablets en gaat een stuk zuiniger om met stroom.

Windows-Phone-7-Series

En als we dan toch bezig zijn: Windows Phone 7 heeft een moeilijke start achter de rug, maar dat ligt niet aan de interface en het gebruiksgemak. Deze worden alom geroemd.

Microsoft zou er goed aan doen het principe van de hubs uit Windows Phone 7 op de een of andere manier te verwerken in Windows 8. Integratie met online diensten als Twitter, Facebook, Flickr en Exchange (zie ook 1.) zou ook tot de kerntaken van het besturingssysteem moeten gaan behoren, in plaats van via losse applicaties geregeld moeten worden.

Alleen dan heeft Microsoft nog een kans op tablet-gebied, tegenover iPad iOS en Android. Dit betekent in feite: een los te koppelen visuele shell van de core, met aanpassingen voor het apparaat waar Windows op draait. Iets wat in Linux van oudsher al kan (daar kun je een eigen Window Interface Manager kiezen zoals Gnome of KDE). Dat gaat dus een stuk verder dan de huidige mogelijkheden om een ander ‘thema’ te kiezen – wat alleen maar visuele opsmuk is.

Conclusie

Wat mij betreft zijn dit de drie belangrijkste gebieden waarop Microsoft een volgende versie van Windows zal moeten vernieuwen of uitbreiden. Ik ben benieuwd welke kant het op zal gaan. Windows 8 wordt – zoals het er nu naar uitziet - in de loop van 2012 verwacht.

Peter Kassenaar
-- 20 april 2011

18maart

Steve Jobs– Geniale klootzak

Vandaag recenseer ik een tweetal boeken over Steve Jobs die ik toevalligerwijs vlak na elkaar gelezen heb. Ze hebben verschillende onderwerpen.

  • De eerste (iCon) is een – ongeautoriseerde – biografie van Steve Jobs.
  • De tweede (The presentation secrets of Steve Jobs) is een meer technische titel die de veelgeprezen presentatietechnieken van Jobs ontleedt, onder het vergrootglas legt en aanwijzingen geeft hoe je deze kunt inzetten om je eigen presentaties te verbeteren.

Beide boeken zijn alleen in het Engels verkrijgbaar. Er zijn - voor zover mij bekend – geen Nederlandse vertalingen verschenen.

Update : omdat het artikel erg lang werd, heb ik het gesplitst. Hier lees je deel twee!

iCon - Steve Jobs, the Greatest Second Act in the History of Business

iCon_coveriCon - Steve Jobs, the Greatest Second Act in the History of Business (hierna kortweg iCon) is een ongeautoriseerde biografie van Steve Jobs die zijn leven en werk beschrijft vanaf zijn geboorte in 1955 tot ongeveer zijn vijftigste verjaardag, in februari 2005.

Dertien hoofdstukken zijn verdeeld in drie delen en behandelen elk een deel van zijn leven. in het eerste deel (Flowering and Withering) wordt zijn jeugd en de oprichting van- en eerste periode bij Apple beschreven.

Het tweede deel (New Beginnings) bespreekt de ‘tussenperiode’ van zijn gedwongen vertrek bij Apple in 1985 de periode bij NeXT en Pixar en Disney tot zijn terugkeer bij Apple in 1996.

Het derde en laatste deel (Defining the Future) gaat dieper in op de hervormingen die Jobs tot stand bracht bij Apple na zijn terugkeer en zijn complexe (vaak persoonlijke) relaties binnen Pixar, Disney en de muziekindustrie. Dit deel omvat ook de periode van grote triomfen bij Apple, zoals de introductie van de iMac, de iPod en de iTunes Music Store. Het boek wordt afgesloten met de MacWorld Expo in San Francisco in januari 2005 (en bespreekt dus nog niet de recente Apple-successen zoals de iPhone en iPad).

iCon

De titel van het boek is dubbelzinnig. ‘iCon’ verwijst uiteraard naar het woord Ikoon, maar ‘con’ is in het Engels ook slang voor zoiets als een zwendelaar of leugenaar. Dat de nadruk van het boek voor een groot deel op deze tweede betekenis steunt, wordt direct in de eerste hoofdstukken duidelijk. De jonge Steve Jobs (11 jaar) dwingt zijn adoptie-ouders te verhuizen, omdat zijn huidige school hem niet aanstaat. “‘He said he just wouldn’t go back [to that school]’, recalled Paul Jobs. ‘So we moved’.” Al op jonge leeftijd demonstreert Steve Jobs daarmee de intensiteit en wilskracht die later zo kenmerkend voor hem zouden worden.

Een paar jaar later werkt hij samen met Steve Wozniak (‘Woz’) met wie hij later Apple zou oprichten aan het spelletje Break-Out voor Atari computers. Steve Jobs heeft het niet zo op programmeren, en laat dit over aan Woz. Na het opleveren van het spel ontvangt Jobs van Nolan Bushnell (de oprichter van Atari) de afgesproken $1000,- voor het werk. Tegen Woz heeft hij echter verteld dat ze de klus voor $600,- hadden aangenomen. Vervolgens geeft hij Woz zijn ‘helft’ van dat bedrag, $300,-. Zo houdt Jobs $700,- over aan de klus die Woz vrijwel in zijn eentje heeft uitgevoerd.

Tevens ontkent hij jarenlang dat hij de vader is van zijn dochter Lisa en hij draagt geen cent bij aan haar opvoeding. De eerste hoofdstukken laten hiermee overduidelijk zien dat Steve Jobs niet bepaald bekend staat om zijn warme omgangsvormen.

Ook zakelijk gezien laat Jobs zich weinig gelegen liggen aan het protocol. In zijn eerste periode als directielid van Apple vliegt hij op een gegeven moment naar Japan voor een ontmoeting met de board van Epson (een grote printerfabrikant). De vergadering is net begonnen. De voorzitter van de raad van bestuur neemt het woord en zal hoogstpersoonlijk de productpresentatie geven. Hij is minder dan een minuut aan het woord als Jobs hem interrumpeert. “Steve turned to the president of the company and said, ‘This is shit. Don’t you have anything good?’ And with that, he marched out.”

Met deze manier van zakendoen is het geen wonder dat hij niet te handhaven is in de raad van bestuur van Apple, het bedrijf dat hij zelf heeft opgericht. De manier waarop hem door John Sculley de wacht wordt aangezegd wordt uitvoerig uit de doeken gedaan, alsmede de wijze waarop Steve vervolgens creatief met de waarheid omgaat om een paar van de beste ingenieurs bij Apple los te peuteren waarmee hij vervolgens NeXT Computer start, een bedrijf dat een regelrechte concurrent van Apple wordt en in dezelfde markten opereert (‘Ach, ik wil een klein computerbedrijfje starten met een paar vrienden. Wat kunnen zes jongens in een spijkerbroek nou beginnen tegen een miljardenbedrijf als Apple?’).

Successen

Toch is het boek niet geschreven om Steve Jobs af te kraken. Er is ruimschoots aandacht voor de successen die hij – ook in zijn vroege periode-  al weet te realiseren. De Apple II, de introductie van de Macintosh (met de fameuze 1984-commercial, geregisseerd door Riddley Scott) en de overname van Pixar van George –Star Wars- Lucas die op dat moment geld nodig had om zijn scheiding te bekostigen (maar niet nadat Jobs het overnamebedrag omlaag heeft onderhandeld van 30 miljoen naar 10 miljoen dollar).

Dan toont Jobs zijn volhardende aard. Zelfs als Pixar als bedrijf al lang is afgeschreven, blijft Jobs er in geloven. In de loop der jaren pompt hij 30 tot 50 miljoen dollar aan eigen geld in Pixar (geld dat hij had overgehouden aan zijn vertrek bij Apple) om realisatie van de eerste avondvullende, geheel door computers geanimeerde speelfilm (Toy Story) mogelijk te maken. Het tekent het zakeninstinct van Jobs dat hij de beursgang van Pixar heeft gepland na het openingsweekend van Toy Story om zo maximale -gratis- publiciteit te genereren. De rest is geschiedenis. Elke volgende Pixar film (waaronder Cars, Finding Nemo en The Incredibles) levert meer geld op dan de voorgaande.

Het tekent ook de mentaliteit van Jobs dat hij door deze beursgang miljardair wordt, terwijl de medewerkers van Pixar die volledig overwerkt, uitgeknepen en afgebeuld zijn, geen extra aandelen- of optiepakketten tegemoet kunnen zien. ‘Waarom zou ik dat doen? Toen ze in dienst kwamen, wisten ze welk salaris ze zouden verdienen.’

Terug bij Apple

In 1996 wordt Jobs bij Apple teruggehaald om het zinkende schip te redden. “Hij was de enige die het Apple-DNA in zijn bloed had en het bedrijf weer tot een succes zou kunnen maken”, aldus toenmalig CEO Gil Amelio (die enkele maanden later door Jobs persoonlijk gewipt zou worden). Hiermee begint de successtory van Jobs’ recente geschiedenis, met de introductie van de iMac, de iTunes Music Store en de iPod. Vandaar ook de ondertitel van het boek, ‘the greatest second act in the history of business’. Tot in detail wordt beschreven hoe de levensovertuiging van Jobs (hij is onder meer Zen-boeddhist en verzot op muziek) bijdraagt in de totstandkoming van de producten.

Het boek gaat daarbij soms wel erg ver in het beschrijven van zijpaden die niet allemaal even belangrijk zijn, zoals de ontwikkelingen rondom Napster, de ruzies van Jobs met Disney-baas Michael Eisner en bedrijven die technologie voor het ontwikkelen van de eerste iTunes en iPod hebben geleverd. Hierin hadden de auteurs zich wat meer tot de hoofdlijnen mogen beperken. Als complete geschiedschrijving is het echter zeer waardevol.

Over de auteurs

Jeffrey Young en Bill Simon zijn ervaren auteurs (o.a. van MacWorld Magazine) die Steve Jobs al sinds 1983 talloze malen gesproken en geïnterviewd hebben. Veel informatie in het boek komt dan ook uit de eerste hand. Ze hebben Jobs ook gevraagd mee te werken aan het boek, maar die weigerde dit. In een van de hoofdstukken beschrijven ze hoe Jobs achterdocht koestert tegen iedereen die met woorden schrijven (oftewel: journalisten, de media) zijn geld verdient. Vandaar dat de biografie het predicaat ‘ongeautoriseerd’ draagt.

In het laatste hoofdstuk blijkt pijnlijk dat zij zelf niet over de vooruitziende blik beschikken die ze Jobs (“People don’t know what they want, until you show it to them”) toedichten. Ze sluiten het boek af door te beschrijven wat volgens hen het volgende grote doel is van Apple. Op de MacWorld Expo van 2005 heeft Steve Jobs zojuist de Mac Mini en een serie Mac-servers geïntroduceerd. Apple staat volgens hen op het punt de hegemonie van Bill Gates en de Windows-desktop te doorbreken en laaiend enthousiast beschrijven ze hoe het publiek in gejuich en applaus uitbarst.

Dat is met de kennis van toen misschien een plausibele aanname, maar inmiddels weten we hoe het deze producten is vergaan. De Mac Mini leidt anno 2011 een zieltogend bestaan, terwijl de Mac-serverlijn onlangs helemaal is opgedoekt. Niet alles wat Jobs aanraakt veranderd in goud. Ook wordt mijns inziens (te) weinig aandacht geschonken aan de mislukkingen van Apple na de terugkeer van Jobs, die er ook zeker zijn geweest (denk aan de iMac ‘lamp’, de Mac G4 Cube en de eerste versies van Mac OS X). Ook de eerst ziekteperiode van Jobs (alvleesklierkanker) in 2003 wordt maar kort aangestipt, terwijl dat natuurlijk een cruciaal moment is – en ook toen al was.

Van een uitgebalanceerd portret van Jobs in de eerste delen verandert het boek de laatste hoofdstukken daarom iets te veel in een ‘kijk-eens-wat-een-succes’-verhaal. De balans raakt hier een beetje zoek.

Het wordt de auteurs vergeven. Zij konden onmogelijk weten welke revoluties Jobs ook na de iPod nog zou ontketenen (iPhone, App Store,  iPad!). Het laat maar weer eens zien hoe vreselijk moeilijk het is om neutraal te blijven bij het beschrijven van een dusdanig charismatische en betoverende persoonlijkheid als Steve Jobs.

Conclusie

Terugkijkend is het bijna niet te geloven dat Jobs sinds het einde van dit boek in 2005, na de computerindustrie en de muziekindustrie ook nog de telefoonindustrie volledig op zijn kop zou zetten; dat hij de manier waarop we software kopen als kleine, handzame apps die maar enkele dollars of euro’s kosten zou hervormen en dat hij zelfs een heel nieuw landschap voor tablet-computers zou definiëren. Het is te hopen dat er ooit nog een herziene versie van dit boek komt waarin deze ontwikkelingen ook zijn meegenomen.

Desalniettemin biedt iCon ook in zijn huidige vorm een fascinerend kijkje achter de schermen, ja zelfs tot int de ziel van Steve Jobs. De auteurs zijn er uitstekend in geslaagd een complexe persoonlijkheid te schetsen en laten het onthutsend beeld na van een man die je in het dagelijks leven waarschijnlijk als ‘een klootzak’ zou kenmerken, als het iemand anders dan Steve Jobs zou zijn. Maar ook het genie van Jobs de zakenman, de controlfreak en de charismatische communicator wordt treffend geïllustreerd.

Daarom: Steve Jobs – een geniale klootzak.

Mijn oordeel: 4/5.

4stars 

Bestellen

iCon Steve Jobs - The Greatest Second ACT in the History of Business
Auteur: Jeffrey S. Young & William L. Simon
Engels – Hardcover
368 pagina's | John Wiley and Sons Ltd | mei 2005
EUR 19,99 (hardcover), EUR 12,99 (paperback)

Peter Kassenaar
-- 18 maart 2011

10maart

Windows 7 installeren op Mac OS X met Boot Camp

Al een jaar of twee heb ik ondertussen een MacBook Pro. Ik heb daar al regelmatig eerder over geblogd. Tot nu toe werkte ik altijd met VMWare Fusion om Windows XP en Windows Vista in een virtuele machine te draaien op mijn Mac, als ik eens Windows-programma’s nodig had.

Maar voor intensief Photoshoppen of videobewerking is dit toch geen ideale situatie, zo heb ik gemerkt. Deze toepassingen vergen veel processorkracht en werken in een virtuele machine aantoonbaar trager.

Vandaar dat ik nu ook de stap heb gemaakt naar Boot Camp. Daarmee wordt Windows (ik kies nu uiteraard voor Windows 7) op een aparte schijfpartitie gezet en kun je tijdens het opstarten van de laptop kiezen welk besturingssysteem je wilt starten.

Tijdens het partitionerings- en installatieproces heb ik de video laten meedraaien. Bekijk het filmpje als je wilt weten hoe het werken met Boot camp in zijn werk gaat.

Op video ziet het er nog tamelijk vloeiend uit, nietwaar? Maar laat ik het hier maar bekennen.

Ik heb gesmokkeld.

Al snel na het klikken op de knop Partitioneer in Boot camp kreeg ik een foutmelding. Iets als ‘Deze schijf kan niet gepartitioneerd worden, omdat de bestanden niet aaneengesloten zijn’. Of zoiets.

Nou, dat was nog een enorm gepuzzel om alles correct te krijgen. Dat heb ik maar niet op video vastgelegd, want dat zou YouTube nooit accepteren ;-)

Ik heb het niet precies bijgehouden, maar de werkvolgorde was ongeveer als volgt. Hopelijk heb je er iets aan als jij ook met deze issues te maken krijgt tijdens het partitioneren van je Mac-schijf met Boot camp.

  • Schijf kan niet gepartitioneerd worden. Ik probeer: OS X Schijfhulpprogramma, Schijf EHBO, Schijf herstellen. Werkt niet. ‘Schijf kan niet worden gedeactiveerd’. Nog een keer proberen, zoeken, forums, Apple support-site. Duur: 1.15 uur.
  • Zoeken op internet. Ik download SuperDuper om een complete systeemback-up te maken op een oude externe vaste schijf die ik ergens onder uit de kast vis. Duur: 1.25 uur.
  • Opnieuw opstarten. Tijdens het opstarten de Alt/Option-toets ingedrukt houden om vanaf de externe vaste schijf te starten.
  • Ik probeer opnieuw via Schijfhulpprogramma vanaf de externe schijf, de originele, interne Macintosh HD-partitie weg te gooien om hem vanaf de back-up (nu met alle bestanden aaneengesloten) terug te zetten. Werkt niet. ‘Schijf kan niet worden gedeactiveerd’.
  • Nadenken. Koffie drinken. Forums lezen. Mac onder passerend bouwvakkersbusje gooien (OK, dat laatste niet, maar je snapt het idee).
  • Ik start de Mac opnieuw, nu vanaf de OS X Snow Leopard systeemdiskette.
  • Weer Schijfhulpprogramma. Partitioneren. Opnieuw proberen partitie weg te gooien. Eindelijk gelukt. hehe, ik heb weer een schone, lege interne vaste schijf. Duur: bij elkaar zo’n 35 minuten.
  • Opnieuw opstarten, nu vanaf de externe vaste schijf met de systeemkopie.
  • Schijfhulpprogramma weer starten. Kiezen voor Terugzetten van de systeemkopie. Dat gaat goed. Duur: 1.45 uur. Hond uitlaten, lunchen, krant lezen. Koffie.
  • Opnieuw opstarten vanaf opgefriste interne vaste schijf. Boot Camp assistent opnieuw starten. Opnieuw proberen te partitioneren. Dat gaat goed. Nee maar, we kunnen verder met de video.

Daarna – ere wie ere toekomt- was het inderdaad nog maar een kwestie van een uurtje, inclusief de installatie van Windows 7 en het installeren van de bijgewerkte Boot Camp drivers. Dat proces heb je in de video kunnen zien.

Nu maar hopen dat het videobewerken en Photoshoppen op native Windows 7 een stukje sneller gaat. Want daar was het allemaal om begonnen…

 

Peter Kassenaar
-- 9-10 maart 2010

28november

Beursbezoek: HME 2009

Net als vorig jaar bracht ik ook nu een bezoekje aan de HCC-dagen. Deze staan sinds 2008 bekend onder de naam Het Multimedia Event, kortweg HME.

Op de dag zelf heb ik al een live verslagje gedaan via korte Twitter-updates (volg mij op @PeterKassenaar of http://twitter.com/PeterKassenaar), dit is een uitbreiding daarop.

Vorig jaar schreef ik een uitgebreid blogbericht in twee delen. Lees hier het verslag over HME 2008. Dat zal ik dit jaar niet doen. De opzet van de beurs is grotendeels gelijk gebleven. Ik houd het daarom bij een paar korte opvallende zaken en een fotoverslagje.

Opvallende zaken

  • Grote drukte, direct op de eerste dag. Meer dan vorig jaar. De organisatie zal hier vast tevreden over zijn.

  • Nog steeds de afwezigheid van paviljoens van de grote softwarefabrikanten. Microsoft, Adobe, Apple enzovoort, lieten zich vertegenwoordigen door sprekers in de stands van de HCC en het Haarlems Uitgeef Bedrijf (HUB), maar waren verder afwezig. Het is de organisatie dus kennelijk niet gelukt ze naar aanleiding van vorig jaar te overtuigen van de meerwaarde van hun aanwezigheid. Opvallend.

  • Vorig jaar was de inhoud van de beurs gegroepeerd rondom vijf thema’s (games, career, mobile, en meer). Dit jaar was voor een thema per dag gekozen. Vrijdag=studenten, zaterdag=senioren, zondag=familie. Op dit gebied is men dus nog zoekende. Wat zou het volgend jaar zijn?

  • HCC-leden kregen weer gratis toegang. Weliswaar maar op 1 van de 3 dagen naar keuze, maar toch is dit een veel betere keuze dan vorig jaar (toen iedereen een toegangsprijs moest betalen). Het verlaagt de drempel en is goed voor het ‘verenigingsgevoel’ dat de HCC wil uitstralen.

  • Games was opnieuw het zwaarst vertegenwoordigd als thema. Zowel qua aantal standhouders als qua vierkante meters beursoppervlak. Opvallende afwezige – opnieuw – de exposure van de Wii. Hier en daar een enkele Wii-console, maar verder voornamelijk Microsoft XBox 360 en Sony Playstation 3.

  • Ook twee complete straten voor de handhelds: Playstation Portable en Nintendo DS. dat wat vorig jaar niet zo.

  • Op de stand van Namco Bandai (voorheen Atari) kon je alvast previews spelen van games die nog moeten uitkomen. Zo heb ik al een level Split/Second gespeeld, een racegame die pas voor 2010 op het programma staat. Erg gaaf.

  • Evenals grote softwarefabrikanten, lieten ook de grote(re) hardware winkelketens het afweten. Geen Dynabyte, geen Alternate, een klein beetje Computerland. Wel lekker veel grabbelspul en tweedehands rommel. Leuk om in te snuffelen!

  • Er was niet één boekverkoper op de beurs. Wel zo hier en daar wat restpartijen en ramsj, maar geen gerenommeerde uitgever of boekhandel. Jammer.

Foto’s

Verder een kort beeldverslagje van een dagje beursvloer.

Foto 1: Lange rijen voor de ingang, een half uur na openingstijd.

 HME Drukte

Foto 2: Een Lamborghini Gallardo. Hier heb ik in games al vaak in gereden, nu kon ik er even echt in zitten. Ach, we blijven allemaal jongetjes.

Lamborghini

Foto 3: Defensie had voor de Koninklijke Landmacht een groot paviljoen gebouwd voor werving, toelichting en combat simulatie.

Werving Defensie HME

Werving Defensie HME

Foto 4: Geen First Persen Shooter, maar een trainingsimuliatie van een missie in Afghanistan.

HME_06

Foto 5: Onvermijdelijk: de booth babes bij de diverse gamestands. Jongens mochten met rode koontjes op de foto met een echt (kauwgom kauwend) Engeltje. Huhuhuhuhuuu.

HME Booth babes

Foto 6: Game nostalgia: onder meer Commodore 64, ZX Spectrum 81, Amiga 32 bit cd console.

HME_08

Foto 7: Kijk, in zo’n opstelling wil ik ook wel Race Driver: GRID spelen…

 HME Racedriver GRID

Foto 8: Terug van weggeweest: de HCC-modelbaan gebruikersgroep. (Nog?) niet zo uitgebreid als in voorgaande jaren, maar in elk geval was er weer een leuke demobaan opgesteld.

HME modelbaan

HME modelbaan 2

Foto 9: De hoek met alternatieve besturingssystemen: Linux (Ubuntu) en eCom Station (eCS, de opvolger van OS/2 Warp 4.0 uit 1996, wie kent het nog?).

HME Linux ubuntu

Foto 10: De absolute (absolute!) topper op gamegebied dit jaar: Call Of Duty: Modern Warfare 2. Persoonlijk heb ik er niets mee, maar waarschijnlijk was wel 1 op elke 2 demomachines –dus meer dan 50%- met deze game uitgerust.

HME Modern Warfare 2 

Foto 11: Oeps, altijd even slikken als je je eigen boeken in de uitverkoop ziet liggen…

HME Boeken 

Foto 12: Iemand een 19”-rackservertje kopen? 30 euro! Met een (nieuwe!) 250 GB SATA-schijf er bij voor 50 euro.

Helaas kon je er niet pinnen en had ik niet genoeg cash bij me, want anders. Of nee. Gelukkig kon je er niet pinnen en had ik niet genoeg cash bij me. Want anders…

HME_15

Foto 13: Finale van het kampioenschap Trackmania Nation op het grote gamespodium. Een heuse eSports-League met internationale deelname en scheidsrechters.

HME eSports League 

Foto 14: Heeee, een meisje. Ver, maar dan ook veruit in de minderheid.

 HME Gamers

Peter Kassenaar
-- 28 november 2009.

20oktober

Windows 7 Launch event for developers

Gisteravond bezocht ik in het nationaal sportcentrum Papendal het Windows 7 Launch Event for developers. Dit was een door Microsoft georganiseerde avond binnen de tweedaagse SDN conference.

papendal1_resize

Eerder dit jaar heb ik al de Microsoft DevDays bezocht (mijn DevDays-blogposting), dus de tweedaagse SDN-conferentie zat er helaas niet meer in. Maar een avondje Windows 7 diepteinformatie liet ik niet aan me voorbij gaan. De avond was uiteraard vooral gericht op hetgeen de introductie van Windows 7 voor ontwikkelaars/programmeurs betekent. Hierbij een korte impressie.

Keynote

De keynote speech werd gegeven door Microsoft-bekenden Daniel van Soest en Paul van Wingerden. De sessie begon rommelig. Slides werkten niet helemaal zoals verwacht en er werd participatie vanuit het publiek gevraagd met de ‘uitdaging’ om binnen de tijd van de sessie (ca. drie kwartier) Windows  7 te installeren op een serie opgestelde laptops. Dit moesten mensen zijn die Windows 7 nog niet eerder hadden gezien.

Op zich een leuk idee, maar in een zaal van 400+ mensen is de uitvoering rommelig.

papendal2_resize

Ook de rest van de presentatie leken ze een beetje achter de feiten aan te rennen. De informatie op zich was gestructureerd en gebaseerd op drie Windows 7-peilers: overal en altijd werken, beter en veiliger werken en deployment en beheer.

Maar het tempo was hoog. Te hoog om alles wat ze hadden voorbereid goed te laten zien. Veel demo’s, maar ze gingen vaak over de hoofden van het publiek heen. Er was geen tijd om de informatie te laten bezinken. Het volgende onderwerp en de volgende nieuwe dialoogvensters stonden immers al weer voor de deur.

De sessie leek te lijden aan het syndroom waar ik zelf soms ook tegenaan loop bij presentaties. In de voorbereiding heb je de helft van de dingen die je wilt vertellen al geschrapt. En daarna de overgebleven items nog eens doormidden gedeeld. En toch kom je tijd te kort, omdat er zo veel nieuws is. Dat je allemaal wilt vertellen. Jammer.

Problem Steps Recorder

Een van de leukste items uit de sessie was wat mij betreft de demo van de nieuwe Windows 7 Problem Steps Recorder (ik weet de Nederlandse naam zo snel niet). Hiermee kun je een opname maken van alle handelingen die je uitvoert op de pc die leiden tot een probleem, of crash. De gebruikershandelingen worden volledig geautomatiseerd opgeslagen, inclusief screenshots en commentaren (!) in een zip-bestand.

Helpdesks gaan hier heel blij mee zijn. Het voorkomt dialogen als ‘waar klikte je toen op?’ . ‘Nou eh, op die knop links. Die met dat dingetje er op. Geloof ik’.

Bovendien kun je de PSR heel makkelijk gebruiken om documentatie en gebruikershandleidingen geautomatiseerd te maken. Want je kunt natuurlijk ook gewoon dingen opnemen waarvan je graag wilt dat gebruikers ze uitvoeren. Ik zal hier in de toekomst een apart blogbericht over schrijven.

Adding Win7 features to your .NET applications

Na de keynote kon je kiezen uit twee sessies. De sessie van Martin Tirion ging over de Windows 7 Desktop Experience. Hier heb ik Martin al vaker over horen spreken, dus ik koos voor Adding Win7 Features to your .NET Applications van de zwaarlijvige Amerikaan Shawn Wildermuth.

Hij ging met name in op het programmeermodel en nieuwe API’s en classes voor de nieuwe Windows 7-taakbalk. Pictogrammen op de taakbalk en het gedrag hiervan bij mouseovers kun je in Windows 7 als programmeur zelf in hoge mate sturen. Ook kun je zelf bepalen hoe de (eveneens nieuwe) Jump Lists voor je applicatie er uitzien. Dit was buitengewoon interessant, wat mij betreft het beste deel van de avond.

Als .NET-webprogrammeur zal ik er niet vaak gebruik van maken, maar het is wel interessant om te zien welke mogelijkheden er nog meer zijn op het gebied van WPF en WinForms-programmeren.

Windows 7 Arrives

De laatste sessie van de avond was van Richard Campbell, een SDN-veteraan. Hij was voor het dertiende of veertiende jaar achtereen spreker op de SDN-conference. Zijn verhaal ging met name over de interne werking van User Account Control (UAC, oftewel ‘Gebruikersaccountbeheer’) en hoe je hier als programmeur rekening mee kunt houden. Bij de verschillende niveaus van UAC die de gebruiker in Windows 7 kan instellen horen ook verschillende rechten voor je applicatie. De ene keer mag je wel in het register schrijven, maar alleen op bepaalde plaatsen, de andere keer niet. Ook zijn delen in het (bestands)systeem niet bereiken als je bent ingelogd als Standard User. Campbell liet zien wat de gevolgen hiervan zijn voor je programma. Nuttige tools als Sysinternals Process Explorer passeerden de revue.

Goodies

Geen conferentie zonder goodie bag (zie ook DevDays Goodies), de SDN Conference is hierop geen uitzondering. Een foto-impressie van de oogst van vanavond:

Foto 1: De goodie bag - lekker, ehhh, groen:

papendal3_resize

Foto 2: conference badge:

papendal4_resize

Foto 3: Notitieblokje, pen. Schrijft er nog iemand uit de IT-wereld op papier?:

papendal5_resize

Foto 4: Golfbal van een van de standhouders/sponsors:

papendal7_resize

 

Windows 7 Ultimate

Bovendien bleek ik tot de gelukkige winnaars te behoren van een volledige versie van Windows 7 Ultimate. Aan het begin van de avond kon iedereen een gekleurde sticker kiezen om op zijn/haar badge te plakken. Ik koos oranje. En laat dit nu net de kleur zijn die -volledig at random- via een kansgenerator (met Richard Campbell in de rol van notaris) werd uitgekozen.

Foto 5: de hoofdprijs!

papendal6_resize

Ik mocht dus achteraan sluiten in de rij om een eigen, officiële Windows 7-dvd op te halen. Helaas niet in zo’n mooie officiële verpakking, maar hey, wie klaagt daar over als je een besturingssysteem van ruim 250 euro gratis mee naar huis krijgt.

Peter Kassenaar
-- 20 oktober 2009

 

PS: in aanvulling op het bloggen ben ik sinds kort ook actief op Twitter, voor korte berichten en handige links - bijvoorbeeld vanaf dit soort conferenties. Je kunt me volgen via http://twitter.com/PeterKassenaar (@PeterKassenaar is mijn Twitternaam)

28september

Foto's van iPhone naar pc

Newbie-alert! Dit is een blogbericht voor beginners.

Ik heb nu een paar maanden mijn Apple iPhone; het is een fantastisch ding. Ik heb er in die twee, drie maanden al meer foto’s en videootjes mee gemaakt dan de laatste 5 jaar Nokia bij elkaar (achtergrond: mijn eerste telefoon-met-fotocamera was een Nokia 6600 uit 2004, daarna een Nokia N71 uit 2006).

Maar nu het probleem: hoe krijg ik die foto’s vanaf mijn iPhone in mijn pc?

 

via iPhoto?

Ja, Apple geeft een makkelijke oplossing: synchroniseren met iPhoto. Daar wordt je iPhone automatisch herkend en kun je foto’s downloaden. Maar iPhoto draait alleen op mijn MacBook-laptop, terwijl ik het meeste fotowerk toch echt op mijn Windows-desktopcomputer doe.

 

via iTunes?

Via iTunes dan? Via iTunes kun je in het tabje Foto’s wel foto’s synchroniseren met je iPhone, maar dat is eenrichtingsverkeer. Je kunt aangeven welke mappen je vanaf de pc naar de iPhone wilt kopiëren om ze onderweg te kunnen bekijken.

iPhone04

Zelfgemaakte foto’s kun je op deze manier niet terug-synchroniseren naar je pc.

(Tip #1 aan Apple: maak dit onmiddellijk mogelijk in een volgende versie van iTunes. Tip #2 aan Apple: deze optie heet geen synchroniseren, maar mirroring. Het is immers eenrichtingsverkeer. Het werkt alleen van pc –> iPhone, niet andersom).

 

Via Windows Verkenner!

Als je het weet, is de oplossing eenvoudig. Zodra je iPhone is aangesloten, is deze in Windows Verkenner onder Windows XP en Windows Vista te benaderen alsof het een digitale camera is. Dat houdt in dat je de iPhone in het venster Deze Computer en Windows Verkenner kunt openen.

iPhone01

[Noot: dit werkt bij mij merkwaardigerwijs alleen indien iTunes op dat moment ook geopend is, en de iPhone hierin als apparaat wordt herkend. Als ik iTunes afsluit is de phone vanaf dat moment ook onzichtbaar in Deze Computer/Windows Verkenner ??! Heeft iemand dit gedrag ook, of is dat een hickup in mijn computer?]

Daarna kun je dubbelklikken op het iPhone-pictogram en wordt de inhoud van de iPhone als schijfstation geopend.

iPhone02

 

Blijf dubbelklikken totdat je de map hebt gevonden waarin de foto’s staan. Dit is de map Internal Storage\DCIM\100APPLE. Hierin staan je foto’s en video’s die je met de iPhone hebt gemaakt.

iPhone03

Sleep de gewenste foto’s (of de complete map) naar het bureaublad of naar een ander schijfstation om ze te kopiëren.  Daarna kun je de iPhone loskoppelen en de foto’s gewoon op je pc bewerken, afdrukken, enzovoort.

En de bewerkte foto’s of video’s kun je natuurlijk weer ‘synchroniseren’ met je iPhone om ze terug te plaatsen op je telefoon. Ik heb hiervoor een mapje ‘iPhone bewerkt’ gemaakt en deze sync ik met de iPhone. De originele foto’s kun je dan eventueel van de telefoon verwijderen als je wat ruimte wilt besparen of de filmrol wilt opschonen.

Ach ja. Soms is de oplossing simpel. En onthoud: zijn we niet allemaal ooit beginners geweest?
Succes er mee!

 

Peter Kassenaar
-- 28 september 2009

(PS: in aanvulling op het bloggen ben ik sinds kort ook actief op Twitter, voor korte berichten en handige links. Je kunt me volgen via http://twitter.com/PeterKassenaar (@PeterKassenaar is mijn Twitternaam).